Geboortestreek (Gld.) eerste generatie 

terug

 

Hun geboortestreek werd sterk beinvloed door de aanwezigheid van fort Nassau ook wel fort de Voorn genoemd. Het was een aanzienlijk fort met een eigen kerk, een school en een windkorenmolen. Waarschijnlijk werden zij in die kerk gedoopt. De doop en trouwboeken zijn echter nooit ingeleverd bij de classis in Tiel waar de kerkgemeente van de Voorn onder viel. Dat zij 'kerkten' op de Voorn blijkt uit het feit dat Crijn Crijnsen J.M. van Vooren en Lijsbetjen Kempers J.D. van Herwaarden, 10-08-1670 te Kessel trouwen, met attestatie van Dominee Goens predicant op de Vooren. Bron: Trouwboek Lith en Kessel, Kessel Trouwen 1648-1653, 1664-1778)

 

[uit: J. Anspach, De Navorscher XXXI (1881) Nieuwe serie veertiendejaargang p.301-313, schrijft over het fort]

De officieren der bezetting brachten de kleine gemeente in aanzien, en zoo wordt begrijpelijk, hoe bij eene collecte ten behoeve van een huis te Hensbergen, waarin de gereformeerde religie werd beoefend, naast Tiel en Zoelen, de Voorn het meeste bijdroeg van alle gemeenten der classis (acta class. Tylanae 10-11 Apr. 1665).

 

Als toegang naar het eiland de Voorn en daarmee naar het fort waren vier veren in gebruik. Een veer over de Maas van het fort naar de Lithseham, een van het fort over het Voornsegat naar Dreumel en Alphen, een over de Waal van de Kop van de Vooren naar Ophemert en een over het Heerwaardsegat naar Heerewaarden.

 

De mannelijke leden van het gezin vinden we genoteerd in:

De "Caerte vant Visschers Gilt" in Heerewaerden, met de lijst van gildebroeders die zich conformeren aan de text.

"De ondergeschreven broeders hebben voor schepenen overgegeven van de voorschreven ordonnantie punctuelijck te achtervolgen; Coram schepenen Rob Otten en Aert Janssen Huijberzn,"

 

den 24 Febr 1660

Crijne Crijnss den ouden

Peter Crijnen den [ouden, jongen] [over elkaar geschreven, staat niet in 2de copie]

 

1677 aengeteijkent voor gildbroeders [o.a.]

Crijn Crijnss van de Cop

Peter Crijnse den jongen

Tijme Crijnss

 

1678 aengeteijkent voor gilde broeder

Gerrit Crynen van d'Cop

[Bron: SA.Bommelerwaard toegang 124 inv. 1.]

 

Op het eiland lagen landerijen, fruitboomgaarden, weilanden, wilgenpassen, een steenoven en een tolhuis. Ook de visserij en de handel en faciliteiten voor het doorgaande verkeer zoals herbergen en veren waren een bron van kostwinning.

 [In het "Kerckeboek tot Ophemert 1612-1758 deel 1 vinden we:

(9 aug 1677) Aen Peter Krijnen betaelt voor vracht van 2000 steen van de Voorn te brengen 0 - 10 - 0]

 

Het eiland de Voorn en het eiland van Heerewaarden waren slechts beschermd door zomer dijken. Bij hoogwater liepen ze met uitzondering van de stroomruggen onderwater. Kruiend-ijs en ijsdammen zorgden voor rampen.

 

In de 18e eeuw vinden we van deze familie met de familienaam van de/der Kop als:

Crijn Crijnsz. van de Cop als substituutschout en richter te Heerewaarden, Gerrit Crijnen van de Kop als schout van Dreumel, Crijn Crijnsen van de Kop (de jongste) als vorster van Lith, Quirijn van de Kop als schout van Dreumel, Arend van de Cop als schout van het Gein te Utrecht, Crijn van de Cop als schout van Asperen, Crijn van de Kop als vorster van Lith, Oth Krijnsen van de Kop als gerichtbode te Heerewaarden, Abraham van de Cop als predicant resp. te Bunschoten, Oudekerk aan de Amstel en Kampen, Hendrik van de Kop als pastoor te Teckop en Coecengen, Jan van de Kop als pachter van de consumptieve belasting van Dreumel, Hermanus van der Kop als stadt uitroeper van Schiedam, Gerrit van de Kop als winkelier en deken van het appelkopersgilde te Dordrecht, Reijnier van de Kop als kruidenier te Dordrecht, Krijn van de Kop als landbouwer te Ophemert.

 

Het zoeken naar gegevens over de familie wordt bemoeilijkt doordat ze in een "grensgebied" woonden. Driekwart van het eiland de Voorn viel onder de jurisdictie van Dreumel in Het Land van tussen Waal en Maas, het resterende kwart onder Heerewaarden, behorende tot de Bommelerwaard. De Ontrouw op noord-west-punt van de Voorn staat op de kaart als gehorig aan Varik in de Tielerwaard.

Het fort zelf viel tot ver na de verwoesting van het fort in 1672 onder "Het Landschap" of wel onder provinciaal bestuur. In het verpondingenregister van 1650 is het vermeld in een eigen hoofdstuk.